Ook ouders moeten uit de kast komen
Dat was een rake opmerking van één van de ouders die woensdag 8 november (2006) de praatgroep Caritas bezocht. Met deze opmerking gaf zij aan dat ook ouders een heel proces doormaken als hun kind vertelt dat het homoseksueel is. Naast de geloofscrisis die veel ouders in deze periode doormaken, worden ook zij geconfronteerd met de ruigheid van de realiteit: afwijzing van mensen, in de familie, in de wijk, maar ook: in de kerk. Er komen veel vragen op hen af: heb ik het niet goed gedaan, hoe moet ik in deze nieuwe situatie communiceren met mijn kind, wat moet ik zeggen of niet zeggen tegen de mensen om ons heen, familie, gemeenteleden enz. Juist die weerbaarheid naar buiten toe bleek één van de thema’s die ouders erg bezig hield. Uit gesprekken met ouders en leerkrachten ontdekten we (Carolien en Klaas) dat er behoefte is aan een plek waar ouders met elkaar kunnen praten over hun ervaringen. Er bestaan wel verscheidene gesprekskringen met een algemeen karakter, maar geen waarin ouders hun vragen en gevoelens over de verhouding tussen geloof en homoseksualiteit kwijt kunnen. Omdat wij samen al eerder voorlichting over homoseksualiteit gegeven hebben in plaatselijke kerken, en die samenwerking heel goed bleek, hebben we elkaar weer opgezocht om vanuit onze betrokkenheid naar ouders iets te kunnen betekenen voor hen.
De praatgroep bestaat nu twee jaar. Er is een hechte verbondenheid tussen de ouders ontstaan en er is ruimte voor nieuwe ouders. Schroom niet om te bellen of te mailen!
Verslag van een moeder
Hierbij mijn korte weergave van een van de bijeenkomsten van ouders, die door hun geloof en (veelal kerkelijke) omgeving onder druk zijn komen te staan, omdat ze een kind hebben dat homo is.
Klaas begon deze avond met het voorlezen van een artikeltje uit Trouw waarin een theoloog een voorstander is van biologisch ingrijpen als mogelijk zou blijken dat je van een homo een hetero zou kunnen maken. Klaas gaf aan dat zulke artikelen worstelende homo’s ontzettend in de war kunnen brengen en ik dacht, dat is ook het geval als je ouder bent van een homo. Waar zou mijn kind in vredesnaam aan geopereerd moeten worden? Wie wil het mes waar zetten? Wat moet er in en wat moet er uit?
We begonnen in een kleine kring en iedereen heeft verteld waar hij of zij trots op was met betrekking op zijn of haar homofiele kind. Natuurlijk zijn de andere kinderen net zo belangrijk, maar vanavond ging het even om het kind dat homo is. Daarna hebben we deze avond een beetje proberen in kaart te brengen hoe er in de verschillende kerken omgegaan wordt met homofilie. Binnen de Nederlands Gereformeerde Kerk zal een vergadering gewijd worden aan hun visie hierover.
Soms zijn relaties tussen ouders en het kind hevig verstoord, waar dan erg, erg veel verdriet over is. Soms worden relaties versterkt wanneer het kind thuis heeft verteld hoe zijn of haar geaardheid is. Er is dus een grote verscheidenheid aan gevoel en inbreng op een avond als deze.
Verder gingen we in twee groepjes zitten en probeerden we elkaar te vertellen wat er zoal gebeurd is nadat we bij deze praatgroep zijn gekomen. Bij de meeste, zoals we hier bij elkaar zitten is het nog niet naar buiten gebracht dat hun kind homo is. Er heerst een grote spanning om er over te praten. Schijnbaar is het toch moeilijk om dit te delen met de mede zusters en broeders. We zijn bang voor ze. Dat is eigenlijk de naakte waarheid. Want iedereen wil graag praten over de situatie. Niemand is er blij mee dat het een geheim is. Nu ik dit zo zit te typen denk ik, het is toch werkelijk te gek om over naar huis te schrijven, dat we daar als ouders bij elkaar zitten met volgens mij, allemaal een kerk probleem. Waar we juist als eerste naar toe zouden moeten kunnen hollen als we nieuws hebben te vertellen, daar houden de meeste het angstvallig voor verborgen. Nergens zijn onze kinderen echt welkom en overal weten de mensen in de kerk het beter dan de ouders, hoe om te gaan met deze materie. Veel kerkmensen hebben mij wijs gemaakt dat de ziel en zaligheid van mijn kind wel opgegeven was als het in de zonde bleef. Dit heeft mijzelf ook bijna aan de afgrond gebracht. Gelukkig heeft de Heer mij op tijd in laten zien dat niet de kerk mensen maar Hijzelf daar over gaat. Over de ziel en zaligheid, en dat een ieder die in Hem gelooft, eeuwig leve hebbe en niet verloren gaat.
Avonden als deze, om zo in vertrouwen en verbondenheid bij elkaar te zijn, met de wetenschap dat wat je ook zegt, door de ander herkend en in alle gevallen ERKEND wordt zijn voor mij erg belangrijk. Het geeft me mijn zelfvertrouwen terug en de zin om door te gaan en blij te zijn met het zonnetje.
Verslag van een vader
Op vrijdagavond 23 maart zijn we weer bij elkaar geweest in Baarn: vijf en een half ouderpaar, een kleine groep nog, maar wel met heel veel onderlinge herkenning.
We beginnen de avond eerst maar eens met een rondje: ik ben de ouder van … en ik ben trots op hem / haar omdat …. Heel goed! Het bepaalt ons er maar weer eens bij dat onze homo-kinderen gewone mensen zijn, net als alle andere kinderen. We vinden tot onze verrassing zelfs nog een gezamenlijke eigenschap waar we allemaal trots op zijn: hun doorzettingsvermogen.
Daarna splitsen we op in twee groepen en praten er met elkaar over, hoe ieder het ouder-zijn van een homo-kind nu ervaart in relatie met zijn geloof.
De verschillen blijken erg groot. Een greep uit de verhalen:
- De bijbel spreekt alleen maar negatief over homoseksualiteit. Om mijn homoseksualiteit of die van mijn kind te aanvaarden, moet ik die teksten anders gaan lezen. Maar welke teksten vallen er dan nog meer om? Waar ligt de grens van wat je letterlijk neemt en wat je naar eigen inzicht of gevoelen interpreteert? Dit maakt mij van tijd tot tijd erg onzeker.
- Ik kies eerst voor mijn kind. God en de bijbel begrijp ik niet meer. Ik heb mijn geloof voorlopig maar op een laag pitje gezet. (Maar uit de betrokkenheid bij het verdere gesprek blijkt dat deze uitspraak voor deze moeder maar een noodmaatregel is om overeind te blijven.)
- Ik wordt heen en weer geslingerd worden tussen boosheid en verdriet. Soms boos op God, soms boos op mijn kind. Ik weet het niet meer. Ik weet niet hoe ik het homo-zijn van mijn kind een plaats moet geven.
- Ik houd me voorlopig alleen maar bezig met het herstellen van de schade in mijzelf en mijn omgeving die ontstaan is uit de conflicten die ontstonden nadat onze zoon besloten had tot het homo-huwelijk.
- Ik zie zoveel afstand tussen de tijd van de bijbel toen en onze tijd nu, dat ik het moeilijk vind teksten over homoseksualiteit al te direct toe te passen. Als ik zie hoe Jezus met ontferming bewogen is over alles wat beschadigd en verstoten is, dan past daarin voor mij niet een hard afwijzend standpunt over homoseksualiteit of een duurzame homoseksuele relatie.
Wat opvalt, is dat de praatgroep Caritas een veilige omgeving biedt, waarin je open kunt praten over je vragen, je twijfels, je worsteling, je verdriet en je verworvenheden, zonder dat het gesprek meteen doodgeslagen wordt of je met je standpunt direct in de verdediging moet. Zo mogen we elkaar stukje bij beetje kleine stapjes verder helpen.
Het deed ons allemaal goed zo weer een paar uurtjes bij elkaar te zijn en ons op te trekken aan een stuk onderlinge herkenning waaraan het in onze dagelijkse omgeving helaas zo vaak ontbreekt.